Poelen en amfibieën

Poelen zijn onmisbare voortplantingsbiotopen voor onze amfibieën. Wij herstellen verlande poelen in hun oude glorie of leggen nieuwe poelen aan.



Terug naar overzicht

Bron van leven

Poelen herbergen een schat aan biodiversiteit. Denk maar aan verschillende soorten amfibieën zoals salamanders, kikkers en padden die voor hun voortplanting aangewezen zijn op poelen en vijvers. Als je wat beter kijkt, merk je ook heel wat kleinere bewoners op: schrijvertjes, ruggenzwemmers, duikerwantsen, kokerjuffers, poelslakken, libellenlarves, ... . En natuurlijk gonst het ook rond de poel van het leven. Libellen en waterjuffers verdedigen er hun territorium en leggen er hun eitjes, allerlei vogels en zoogdieren komen er drinken of jagen op een prooi.

 

De natuur gaat haar gang

Een natuurlijke poel kan je niet overal aanleggen. Er komt immers geen vijverfolie aan te pas. Het perceel waar je de poel wil graven moet dus van nature nat genoeg zijn. Eens de poel gegraven is, laten we de natuur haar gang gaan. We zetten er dus geen planten of dieren in uit, en al zeker geen vissen. Vissen eten immers de eitjes en larven van de amfibieën op. Wel vraagt een poel wat onderhoud. Zo verwijder je elk najaar best de vegetatie uit een vijfde deel van de poel. Zoniet groeit de poel langzaam dicht en gaat hij verlanden.

 

Hoe gaat dat in zijn werk?

©

Stap 1

Verkennend terreinbezoek

Eerst komen we ter plaatse om een grondboring te doen. Zo beoordelen we of de bodem voldoende waterhoudend is. We bekijken ook of de omgeving geschikt is. Amfibieën brengen immers een groot deel van het jaar aan land door. In de omgeving moeten dus geschikte landbiotopen aanwezig zijn, zoals houtkanten of bosjes. Ook ligt er best geen drukke weg in de buurt, want daar zouden tijdens de trekperiode wel eens veel slachtoffers kunnen vallen.

©

Stap 2

Papierwerk

Voor de aanleg van een poel is steeds een omgevingsvergunning nodig. Wij stellen de nodige plannen en documenten op om de vergunning aan te vragen.

©

Stap 3

Graafwerk

Wij zorgen voor een professionele kraanman- of vrouw die je poel komt uitgraven. De poel wordt met zacht hellende oevers aangelegd, zodat dieren makkelijk in en uit de poel kunnen. De vrijgekomen grond wordt meestal in een dunne laag uitgespreid rondom de poel. Soms leggen we de grond in een talud nabij de poel.

©

Stap 4

Genieten

Dan is het enkel nog verwonderd toekijken hoe snel het leven zich in en om je poel ontwikkelt. Planten, insecten, kikkers en salamanders, ... ze komen allemaal vanzelf.  Het water aan de ondiepe oevers warmt in het voorjaar snel op, wat goed is voor de ontwikkeling van amfibieënlarven.

Interesse?

Denk je dat jouw perceel geschikt is voor de aanleg van een poel?

Contacteer ons

Meer weten?

In onze brochure lees je meer over de natuurwaarde van poelen, over de aanleg en het onderhoud.

Brochure Poelen, parels in het landschap

Bijzondere soorten

De Vroedmeesterpad

De Vroedmeesterpad is een kleine pad (3-5 cm groot) met een aparte leefwijze. De mannetjes nemen immers als toegewijde huisvaders de broedzorg voor de eitjes op zich. Je vindt van deze soort dus geen eitjes (kikkerdril) in poelen. Het mannetje wikkelt het snoer bevruchte eitjes rond zijn achterpoten, houdt ze warm en maakt ze regelmatig vochtig in het water van een poel of in de dauw van het gras. Pas na drie weken zet hij de eitjes af in een waterplas en dan komen de larven (kikkervisjes) uit. De larven ontwikkelen zich in de poel tot pad en brengen daarna de rest van hun leven aan land door.

Vroedmeesterpadden zijn vooral ’s nachts actief. Overdag schuilen ze in holletjes of onder stenen.  De Vroedmeesterpad houdt van warmte. Daarom vindt men deze kleine pad wel eens in de buurt van de mens: op kerkhoven, rond boerderijen, in kelders of ruïnes. In de natuur kiezen ze voor zonbeschenen hellingen, liefst met een stenige ondergrond. 

Ook de roep van de Vroedmeesterpad is speciaal. Tijdens de voortplantingsperiode (april-juni) ‘fluiten’ ze van zodra het begint te schemeren. Met korte, hoge fluittonen lokken ze de vrouwtjes. Als meerdere mannetjes ‘in koor’ roepen, dan klinkt dit als een feeëriek klokkenspel.

Het zuiden van Vlaanderen is de noordgrens van het verspreidingsgebied van de Vroedmeesterpad.  Het aantal populaties van deze soort in onze regio is dan ook beperkt en ze liggen geïsoleerd van mekaar.  Daardoor zijn deze populaties vatbaarder om te verdwijnen.  Om de Vroedmeesterpadden in het Dijleland een steuntje in de rug te geven legt Regionaal Landschap Dijleland vzw voortplantingsbiotopen aan en geschikte landbiotopen zoals stapelmuurtjes met natuursteen.

© Jelger Herder - Buiten-Beeld

De Kamsalamander

De Kamsalamander is de grootste inheemse watersalamander in Vlaanderen. In de voortplantingstijd heeft het mannetje een scherp getande rugkam, vandaar de naam van de soort. Het is een zeldzame amfibieënsoort die helaas nog steeds achteruit gaat. 

De Kamsalamander is een bewoner van kleinschalige landschappen: gebieden met hagen, houtwallen, rijen knotbomen, rietkragen en vochtige bosjes. Hij stelt hoge ecologische eisen aan zijn biotoop. Voor de voortplanting is er nood aan een netwerk van zonbeschenen visloze poelen. Vissen zijn nefast omdat ze de eitjes van de Kamsalamander opeten.

In gebieden waar nog Kamsalamanders voorkomen, zoals in Wijgmaalbroek (Leuven) en Pikhakendonk (Boortmeerbeek) legt Regionaal Landschap Dijleland vzw gericht nieuwe poelen aan om zo tot een voldoende dicht poelennetwerk te komen.

© Jelger Herder - Buiten-Beeld