IJskelders, bunkers en ... vleermuizen

Rijke kasteelheren lieten vroeger een ijskelder bouwen op hun domein. Mits enkele ingrepen zijn dit nu interessante overwinteringsplekken voor vleermuizen. Dat geldt ook voor de vele bunkers uit WOII die je in het Dijleland vindt.



Terug naar overzicht

De diepvries uit de tijd van toen

Het product bij uitstek dat bij onze voorouders voor koeling kon zorgen was ijs. Men probeerde sneeuw en natuurijs te bewaren tot men het nodig had. Hiertoe bouwde men in de 18e en 19e eeuw ijskelders, die zo ontworpen waren dat ijs er heel lang bewaard kon blijven. Het ijs werd in warmere maanden dan gebruikt om dranken, voedingswaren en ruimten te koelen, maar ook als remedie tegen koorts en kwalen.

Het ijs werd voornamelijk lokaal gewonnen, maar in jaren van schaarste werd er soms ook ijs geïmporteerd uit bijvoorbeeld Noorwegen. In de winter werden blokken ijs uit de bevroren kasteelvijvers gehakt en zorgvuldig in de kelder gestockeerd. Het ijs kon op die manier bewaard blijven tot de volgende winter. Anno 1860 werd het in de praktijk mogelijk om artificieel ijs te produceren. In eerste instantie werd dit ijs ook in ijskelders bewaard. Later maakte de diepvriesinstallatie haar intrede. De ijskelders verloren hun functie. Dit was ook het geval voor de groentekelders die gebouwd werden om vnl. groenten te bewaren. Momenteel doen verschillende kelders in Vlaanderen dienst als winterverblijfplaats voor bedreigde vleermuizen.

© RLD vzw
© RLD vzw

Meer dan 400 bunkers

Je treft in het Dijleland talrijke bunkers aan. Ze maken deel uit van de KW-linie, de verdedigingslijn die de Belgische overheid aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog bouwde als bescherming tegen een Duitse aanval. De linie bestond uit meer dan 400 bunkers, waarvan bijna de helft in het Dijleland gelegen, en liep dwars door België, van Koningshooikt tot Waver. Vandaar de naam KW-linie.

De meeste bunkers werden nooit afgebroken. Maar dat wil niet zeggen dat ze er doelloos bijliggen. Wie een bunker in zijn tuin heeft, gebruikt hem als tuinhuis, aardappel- of wijnkelder. En sommige bunkers worden mits enkele kleine ingrepen ideale plekjes voor de winterslaap van vleermuizen.

Slapende vleermuizen

Vleermuizen slapen de winter door omdat hun voedsel (voornamelijk insecten) dan amper voorradig is. Tijdens de winterslaap draait het bioritme van vleermuizen op een laag pitje: hun lichaamstemperatuur en hartslag zakt. Ze gebruiken hun vetreserves om de winter door te komen. Om uitdroging te voorkomen moeten winterverblijfplaatsen voldoende vochtig zijn. Daarnaast moet de temperatuur tussen 2 en 10°C zijn. Voldoende rust moet er voor zorgen dat de dieren niet wakker worden tijdens hun winterslaap: dit zou hen immers veel energie kosten en hen verzwakken. Tenslotte moet de verblijfplaats makkelijk bereikbaar zijn: een bosrand of bomenrij in de onmiddellijke nabijheid is ideaal als hulpmiddel voor de oriëntatie.

De juiste omstandigheden creëren

Regionaal Landschap Dijleland vzw richt ijskelders en bunkers in als winterverblijfplaats voor vleermuizen. Daarbij verliezen we het cultuurhistorisch aspect niet uit het oog. We voeren eerst de nodige restauraties uit, zoals het herstellen van metselwerk en het plaatsen van nieuwe deuren (replica's van het origineel). Voor de vleermuizen voorzien we een invliegopening zodat ze de kelder of bunker binnen kunnen vliegen. Tochtgaten worden gedicht zodat de juiste klimatologische omstandigheden ontstaan. Aan muren en plafonds bevestigen we bakstenen of speciale houten kasten waarin de vleermuizen kunnen wegkruipen. 

Het filmpje hiernaast, met dronebeelden van het herstel van de stadsijskelder aan de Brusselsepoort in Leuven, legt alles haarfijn uit.

Voor meer info, contacteer projectmedewerker Wim Aertsen

Of lees de brochure IJskelders in Vlaams-Brabant.

Brochure IJskelders in Vlaams-Brabant
© RLD vzw

Een cool experiment

Nét geen jaar ijs bewaard in ijskelder Arenberg

Op 17 januari 2019 nam Regionaal Landschap Dijleland de historische ijskelder van het kasteel van Arenberg, Heverlee (Leuven), opnieuw in gebruik en vulde deze met maar liefst 35 ton (!!) ijs. Op deze manier wou het Regionaal Landschap Dijleland de effectieve werking van een ijskelder nagaan en het grote publiek laten kennismaken met deze historische manier van ijsbewaring. Bekijk hieronder het resultaat en de compilatievideo van het project. 

Waar ijskelders tot een eeuw geleden in de winterperiode volgepropt werden met natuurijs, gewonnen uit een lokale vijver, om op die manier ijs te kunnen bewaren tot diep in de zomer, werd voor dit experiment gebruik gemaakt van industrieel gefabriceerd ijs. IJsproducent HIVA leverde voor dit experiment 35 ton ijs aan in grote blokken, die met behulp van vrijwilligers en enkele arbeiders van de stad Leuven in de ijskelder werden gestockeerd. De ijskelder werd hiermee, na meer dan honderd jaar, nog eens volledig gevuld met ijs en vervolgens afgedekt et stro en goed afgesloten, zoals dat destijds ook steeds het geval geweest moet zijn. Het project kon een heel jaar lang op bijzonder veel belangstelling rekenen. Zowel bij het vullen van de ijskelder in januari als bij de openstelling van de ijskelder in september (Open Monumentendag) kon het project rekenen op heel wat media-aandacht en een zeer grote publieke belangstelling (meer dan 2.000 bezoekers op Open Monumentendag). De bezoekers konden met Open Monumentendag vaststellen dat er ondanks de hete zomer nog steeds ijs in de ijskelder zat en konden er bovendien genieten van een ijskelder gekoeld ijsje of limonade.

11 maanden nadat de ijskelder gevuld werd, op 5 december 2019, bleven er uiteindelijk van de oorspronkelijke 35 ton ijs nog slechts een paar blokken ijs over, en moesten we besluiten dat het experiment op dat moment op zijn einde liep. Er bleef nog net genoeg ijs over om enkele laatste drankjes gekoeld te krijgen en te klinken op een mooi project. We moeten hiermee besluiten dat we er nét niet in geslaagd zijn om een jaar rond ijs te bewaren in de deze ijskelder, maar wel heel kort bij ons doel zijn gestrand… de winter was immers al ingetreden en de eerste vorst hadden we al achter de rug. Het experiment heeft dus wel duidelijk aangetoond dat een ijskelder uitstekend ontworpen was om langdurig ijs te kunnen bewaren. En als de omstandigheden optimaal zouden zijn, dat dit zelfs een jaar rond zou lukken tot een nieuwe voorraad zich zou aandienen. Een extreem warme zomer (met 3 hittegolven); het feit dat we de ijskelder voor het eerst sinds lang opnieuw in gebruik namen (en daardoor de wanden en omgeving nog gekoeld moesten worden); en het feit dat de blokken niet mooi gestapeld werden in de ijskelder (waardoor er nog veel lucht tussen het ijs zat), waren o.a. factoren die, binnen dit experiment, uiteindelijk zorgden voor een ietwat versneld smeltproces.

Conclusie: een zéér geslaagd project dat bijzonder veel aandacht genoot en heel wat mensen liet kennismaken met het historische gebruik van ijsbewaring in een ijskelder!

Het volledige project werd mooi in beeld gebracht door Colibright en gemonteerd tot het leuke filmpje hiernaast.

© RLD vzw
© RLD vzw