1. Kerk en pastorietuin Opvelp
De van oorsprong 16e-eeuwse kerk wordt geflankeerd door enkele monumentale, oude taxussen. Een taxus is een typische kerkhofboom. Enerzijds omwille van zijn verband met de dood: het is een zeer giftige boom dus dwong iets tussen schrik en eerbied af. We weten dat de Galliërs taxus al gebruikten bij hun dodencultus. Anderzijds is het een groenblijvende boom: een verwijzing naar onsterfelijkheid.
De pastorie naast de kerk dateert uit de 18e eeuw. Pastorietuinen werden beschouwd en ingericht als een grote siertuin of klein privépark. Van deze tuin zijn er nog maar enkele restanten over. Ter hoogte van de poort van de speeltuin, zie je een uniek lindeprieel. 8 zomerlindes zijn in een cirkel aangeplant en geknot op 3 meter hoogte. Ze vormen samen een besloten, schaduwrijk tuinkamertje.
© Regionaal Landschap Dijleland vzw
© Regionaal Landschap Dijleland vzw
Taxussen op de begraafplaatst naast de Sint-Antonius-Abtkerk met links een omtrek van 2.8m en rechts omtrek van 3m.
2. Kruispuntbomen Molensteen
Op dit kruispunt van het gehucht Molensteen staat een oude linde, en twee iets jongere eiken (bij het bankje). Van oudsher dienden kruispuntbomen als herkennings- en oriëntatiepunt in het landschap. Maar in het verre verleden zat ook een spirituele kant aan: kruispunten waren plekken waar de overgang van onze wereld en de “geestenwereld” … kruiste. Pauselijke verordeningen uit de vroegchristelijke kerstening instrueerden een verbod op het maken van vuren en het brengen van offers op kruispunten, bij bomen, bronnen en rotsen.
Na het oversteken van de Waversesteenweg sla je al gauw de Aarschotsebaan in. Let even op de twee walnoten bij de klassieke boerenwoonst. Het zijn exemplarische erfbomen voor een zelfvoorzienend boerderijtje. Ze bieden schaduw aan het vee op de huisweide, houden vliegen weg bij de mesthoop en muggen weg bij de ramen, ze schenken royaal noten om de hele winter mee door te komen (en een lekker likeurtje mee te brouwen…). Er werd gezegd dat de boom het aanleunende huis beschermd tegen blikseminslag… onderzoek wijst intussen uit dat walnoten statistisch gezien minder door de bliksem getroffen worden dan andere boomsoorten. Walnotenhout wordt gebruikt voor het maken van meubels, schroeven en trapleuningen.
© Regionaal Landschap Dijleland vzw
Lindeboom in blad
© Regionaal Landschap Dijleland vzw
Winterbeeld van deze prachtige linde
3. Kapelboom Bremt
Let hier zeker op de monumentale eik rechts achter de nieuwe uitbouw van de 20e-eeuwse kapel. Nog interessanter wordt het als je de fietstocht vervolgt over het kasseiweggetje naast de kapel. Zo’n 50 meter verderop staat een forse kapelboom aan je rechterkant. Het is een driestammige zomereik. Hij groeit op deze manier omdat hij ofwel eenmalig geknot is, ofwel het eigenlijk gaat om 3 jonge boompjes die samen in 1 plantgat gestopt zijn en zo vergroeid zijn tot 1 boom. Dit laatste werd soms gedaan om te heilige drievuldigheid te symboliseren.
De gewoonte om kapelletjes aan bomen te hangen, stamt uit de vroege middeleeuwen. De richtlijnen van paus Gregorius I de Grote aan de missionarissen in 601 waren erop gericht om gewoontes uit de “hardnekkige” natuurgodsdienst om te vormen naar christelijke plekken en feestdagen. Instructies werden uitgevaardigd om kapellen te bouwen bij of (kleintjes) op te hangen aan de bestaande, aanbeden bomen. Of -iets drastischer- om ze om te hakken en met het hout christelijke kapellen te bouwen. De bevolking bleef niet weg bij de bomen, dus moesten de bomen gekerstend worden… 15 eeuwen later zien we hier nog steeds de resultaten van.
© Regionaal Landschap Dijleland vzw
© Regionaal Landschap Dijleland vzw
Bremtkapel met achteraan een klein bosje met daarin een zomereik met een omtrek van 3,7m.
4. Kerk en Klein Park Lovenjoel
De 19e-eeuwse kerk van Lovenjoel, die teruggaat op een 15e-eeuwse voorloper, krijgt gezelschap van een monumentale lindeboom. Lindes kunnen zeer oud worden, daardoor worden ze in kerkelijk verband vaak gelinkt aan het concept van het eeuwige leven.
De kerk vormt een stapsteen tussen het Groot Park en het Klein Park. Beide domeinen waren lang eigendom van de adellijke familie de Spoelberch, die zorgden voor de 19e-eeuwse landschappelijke inrichting van de parken. Het Groot Park omvat een notoire bomencollectie, maar het Klein Park moet er niet voor onderdoen. We fietsen de hoofdlaan van het Klein Park af tot bij het centrale kasteeltje Felixhof, en slaan daar af naar links. Wanneer je via de zijpoort het domein uitfietst, sta je in een dreef geflankeerd door -in Europa- zeldzame Zwarte walnoot, die mee met het park beschermd is. De bomen kreunden onder het gewicht van klimop, de bodemverdichting van de passage op de dreef, en de zware dode takken hout in de kruin. Ze kregen recent verzorging een opknapbeurt door erkende boomverzorgers.
© RLD vzw
Linde aan de zuidkant van de Sint-Lambertuskerk
© RLD vzw
Paardenkastanje aan de Sint-Lambertuskerk
© RLD vzw
Linde aan de ingang van het Klein Park
© RLD vzw
Zwarte walnotendreef in het Klein Park
5. Boomgaard Hof Ter Eiken
Bij deze historische vierkantshoeve vinden we een niet zo oude hoogstamboomgaard terug. Deze krijgt toch een erfgoedpluim als mooi én functioneel. Hoogstamboomgaarden waren in de leemstreek vaak aanwezig bij grotere (vierkants)hoeves voor fruitproductie, in combinatie met het vee dat er graasde. De hoogstamboomgaarden werden in de jaren 1960 massaal gerooid voor de gemakkelijkere laagstomplantages. In één klap verdwenen biotopen van dieren die specifiek in en rond hoogstambomen leven, en vele historische fruitrassen kwamen in het gedrang.
De meidoornhaag maakt het geheel compleet. Het was eeuwenlang een typische doornige weide”omheining”: hett hield veel binnen en ongewenste wilde dieren buiten. Prikkeldraad werd immers pas uitgerold na WO II.
© Regionaal Landschap Dijleland vzw
Ingang van Hof Ter Eiken
6. Veteraanlinde Middelbosstraat
Deze opvallende kruispuntboom is al sinds de 18e eeuw van ver te zien: ze vervult haar functie dus prima. Deze bejaarde linde is een veteraanboom: een boom in de laatste levensfase. Veteraanbomen dragen de sporen van hun leeftijd en hebben vaak holte, uitgescheurde takken en dergelijke. Dit betekent niet dat er geen leven meer inzit. Ze hebben aangepaste verzorging nodig die rekening houdt met hun specifieke noden en zwakke plekken. Hier werd door erkende boomverzorgers een Visual Tree Assesment (VTA) van opgemaakt om te bekijken hoe we deze boom kunnen helpen in de toekomst.
© Regionaal Landschap Dijleland vzw
Veteraanlinde als kruispuntboom in de Middelbosstraat
© Regionaal Landschap Dijleland vzw
Close-up van de verteraanlinde
7. De Lindeboom
Dé Lindeboom zit in het collectief geheugen van de Bierbeekse bevolking. Het is een courante plaatsaanduiding: als je de weg uitlegt, weet iedereen welk kruispunt je bedoelt. En dat is niet alleen vandaag is zo, maar liefst al 600 jaar lang! In laatmiddeleeuwse aktes is al sprake van een lindeboom op deze plek. Generaties aan lindebomen volgden elkaar op.
De “oude” lindeboom die wij bij leven nog meegemaakt hebben, werd aangeplant in 1830 als vrijheidslinde om de Belgische onafhankelijkheid te vieren. De stervende linde vormde een gevaar bij storm en werd weggehaald in 2020.
Gelukkig was men vooruitziend en had men in 1990 al een jonge linde aangeplant naast senior, die aan haar pensioen begon. Ze nam, volgroeid, de eeuwenlange fakkel over van haar voorgangster. Intussen zijn in 2025 3 kleine lindes in een cirkel aangeplant: ze vormen een schaduwrijke zitplek achter de huidige, grote lindeboom. Binnen vele tientallen jaren zullen ook zij weer klaar staan om de opvolging te verzekeren.
© Regionaal Landschap Dijleland vzw
Recente foto van de lindeboom
© Dorpsbrouwerij Bierbeek
De Lindeboom in 2020 voor hij geveld werd
© Bierbeek
Aanplant van de 'nieuwe' lindeboom in 1990
© Bierbeek
De Lindeboom in 1984
© Dorpsbrouwerij Bierbeek
Van vrijheidsboom tot Lindeboom Bierbeek Gin
8. Welkomstbomen Meren
In het gehucht Meren passeren we een prachtig voorbeeld van welkomstbomen. De 15 jaar jonge lindes staan aan weerszijden van de poort van deze gerestaureerde vierkantshoeve: een gebruik dat heel ver teruggaat. Folkloristisch gezien zuiveren welkomstbomen diegene die er tussendoor loopt, vooraleer die persoon je huis betreedt.
Een beetje verderop flankeert een oude kastanjeboom dezelfde hoeve. Aangezien ze op het zuiden geplant werd, vervult ze de functie van schaduwboom: de gebouwen en een deel van het erf koel te houdenop het heetst van de zomerdagen.
© Regionaal Landschap Dijleland vzw
Witte paardenkastanje met een omtrek van 2.32m als welkomstboom aan de hoeve.
9. Holle weg Schavaaienhof
We duiken een goed verstopte, onaangeroerde holle weg in, mogelijk met de fiets aan de hand. Holle wegen zijn typisch Bierbeeks erfgoed: voor ons evident, maar niet (meer) zo veel voorkomend. Jarenlang uitslijten door afstromend water, passage van mens en van vee dat van dorp naar gemene grond werd gedreven, diepten de holle wegen doorheen de eeuwen steeds meer uit. Bomen op de flanken zijn restanten van het bos dat tot hier reikte, en/of werden (bij) aangeplant. De wortels houden de flanken van de holle weg vast. Typisch in holle wegen zijn hakhoutstoven, hier vooral hazelaar. Een hakhoutstoof is een boom of struik die iets boven de grond wordt afgehakt. Vanuit de resterende “stobbe of “stoof” schieten weer jonge takken uit die groot en stevig worden. Zoveel jaar later wordt de stoof opnieuw gehakt. Enzoverder. Mensen hadden immers niet altijd grote, dikke stukken boomstammen nodig. Takken waren perfect voor het stoken van bakovens, voor gebruik als klimsteun in de moestuin, om manden van te vlechten of omheiningen te maken.
Opvallend in deze holle weg zijn ook de monumentale canadapopulieren en robinia’s met hun grillige, gegroefde schors. Vlakbij het Schavaaienhof, op het hoogste punt van de holle weg, komen we voorbij 3 oude, monumentale haagbeuken. Een boomsoort die we in kleinere vorm vooral kennen als haag rond onze tuinen. Ook deze haagbeuken werden eens geknot, weliswaar hoger op de stam, zoals bij wilg. De weg steekt even het erf over van het 20e-eeuwse Schavaaienhof (opgelet, bewaar de rust van de bewoners en fiets snel door). “Schavaai” betekent takkenbos, we moeten dus niet lang zoeken naar hoe deze plek eeuwenlang door de bevolking werd gebruikt voor het aanvullen van de houtvoorraad.
Op het vervolgen van onze weg richting Mollendaal en verder weer Opvelp, rijden we door nog enkele mooie holle wegen waar dikke, meerstammige knoteiken de wacht houden: kijk dus ook even opzij tijdens het fietsen!
© Regionaal Landschap Dijleland vzw
Holle weg Schavaaienhof
10. Knotsessen Opvelp
We staan in het van oorsprong moerassige brongebied van de Velpe, die zo’n 35 kilometer verderop uitmondt in de Demer. De bebouwing zet ons op het verkeerde spoor, maar de lange knotwilgenrij verraadt de vochtige ondergrond: wilgen houden immers van natte voeten.
Op dit kasseiwegje vinden we 2 oude, grote knotessen dichtbij elkaar terug. Essenhout was erg geliefd en kwam altijd van pas in het dagelijks leven. Niet persé om te branden, maar om te verwerken in huis en werkplaats. Essenhout is relatief buigzaam én erg sterk. Dat maakt het tot een uitstekende schokdemper. Het hout van bijna alle ambachtswerktuigen is afkomstig van es: zeis, bijl, dissel van een boeren- of paardenkar, hamer, ... Maar ook meubels en -iets hedendaagser- turntoestellen worden van essenhout gemaakt. Een es herken je in het najaar en de winter goed aan de knopjes, die eruit zien als zwarte bokkenpootjes.
© Regionaal Landschap Dijleland vzw
© Regionaal Landschap Dijleland vzw
Knotessen op de 'Weg tussen Weiden', kort bij het Berkenhof.